Effect van box-3-heffing blijft groot: defensieve belegger op zoek naar veilige alternatieven

Laatst bijgewerkt op 5 januari 2026.

Effect van box-3-heffing op defensieve beleggers

Onlangs heeft de Tweede Kamer een eerdere aankondiging tot verhoging van de vermogensrendementsheffing in box 3 gedeeltelijk teruggedraaid. Echter, het fiscale stelsel blijft een aanzienlijke druk uitoefenen op het netto rendement van particuliere beleggers. Dit geldt vooral voor beleggingen die als defensief worden beschouwd, zoals staatsobligaties, bedrijfsobligaties en gespreide vastrentende fondsen. Deze beleggingen behalen niet altijd het fictieve rendement dat door de Belastingdienst wordt gehanteerd.

Vanaf 2026 past de fiscus voor alle niet-spaartegoeden een forfaitair rendement van 6 procent toe. Over dit bedrag wordt 36 procent belasting geheven. In de praktijk betekent dit dat beleggers jaarlijks ongeveer 2,2 procent van hun vermogen afdragen, ongeacht het werkelijk behaalde rendement. Dit percentage is lager in vergelijking met eerdere voorstellen, maar nog voldoende hoog om veel vastrentende beleggingen fiscaal onaantrekkelijk te maken.

Staatsobligaties als onbetrouwbare buffer

Staatsobligaties zijn jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van veel defensieve portefeuilles geweest. De rente op tienjaarsleningen van landen met een hoge kredietwaardigheid, zoals Nederland, ligt momenteel rond de 2,8 procent. Dit is vergelijkbaar met Duitsland en iets hoger dan in landen als Zwitserland of Japan. Door de nettoheffing in box 3, die ongeveer gelijk is aan het rendement van staatsleningen, blijft er voor beleggers vaak nauwelijks iets over. Wanneer de inflatie, die de afgelopen jaren rond de 3 procent lag, wordt meegerekend, resulteert dit zelfs in een negatief reëel rendement. Hierdoor verliest de functie van staatsobligaties als veilige buffer in portefeuilles zijn betekenis voor veel huishoudens.

Beperkingen van bedrijfsobligaties

Voor beleggers die op zoek zijn naar een hogere rente, zijn bedrijfsobligaties met een solide kredietbeoordeling een optie. Grote internationale bedrijven geven schuldpapier uit met rentes tussen de 3 en 3,2 procent. Ook indexfondsen die breed gespreid vastrentend papier aanhouden, bevinden zich in deze range. Na aftrek van de box-3-heffing blijft er echter slechts een netto rente van ongeveer één procent over. Deze beleggingen zijn bovendien gevoelig voor veranderingen in rente en kredietrisico, waardoor ze ook onvoldoende bescherming bieden tegen inflatie en belastingdruk. Dit uitdagende speelveld maakt het voor defensieve beleggers moeilijk om waarde te behouden.

Financiële druk op klassieke portefeuille-opbouw

Het fiscale beleid, waarbij zowel laag- als hoogrisicobeleggingen fiscaal gelijk worden behandeld, resulteert in onbedoelde effecten, volgens financiële experts. Voorzichtigere beleggers lopen nu een groter risico op verlies. Staats- en bedrijfsobligaties, traditioneel bedoeld als stabilisatoren, leveren na belasting en inflatie vaak onvoldoende rendement op. Dit leidt tot een verschuiving van portefeuilles richting aandelen en liquiditeiten, wat de balans tussen risico en zekerheid onder druk zet.

Het klassieke evenwicht van aandelen en obligaties, dat lange tijd als een betrouwbaar uitgangspunt is beschouwd, presteert hierdoor minder goed. De middenweg tussen risicomijdend en offensief beleggen wordt steeds smaller, waardoor een strategische herbeoordeling van portefeuilles noodzakelijk kan zijn.


Disclaimer: Vergeet niet dat deze informatie bedoeld is als leidraad en geen vervanging vormt voor professioneel advies. Raadpleeg bij twijfel altijd een financieel expert.